ECLI:NL:RBAMS:2022:6804
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing klaagschrift tegen vordering tot overgifte rijbewijs wegens snelheidsovertreding
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de vordering tot overgifte van zijn rijbewijs, nadat hij op 3 september 2022 werd betrapt op een snelheidsovertreding van 59 km/u boven de toegestane limiet binnen de bebouwde kom. Hij stelt dat hij zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk en dat de inhouding disproportionele gevolgen heeft voor zijn inkomen en privéleven.
De officier van justitie verzet zich tegen het klaagschrift en wijst op de ernst van de overtreding, recidive en het algemeen belang van verkeersveiligheid. Het rijbewijs is niet daadwerkelijk ingeleverd door klager, maar ingenomen door de Franse autoriteiten. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van invordering in de zin van artikel 164 lid 6 WVW Pro 1994 en dat de termijn van tien dagen waarbinnen een beslissing moet worden genomen nog niet is verstreken.
De rechtbank wijst het beroep van klager op 'fictieve invordering' af omdat deze procedure alleen geldt bij vermissing of diefstal van het rijbewijs, wat hier niet het geval is. De vordering tot overgifte blijft gehandhaafd en klager kan bij daadwerkelijke invordering binnen de wettelijke termijn om teruggave verzoeken. Het klaagschrift wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen de vordering tot overgifte van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard.