ECLI:NL:RBAMS:2022:6802
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- T.L. Fernig - Rocour
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens verblijf buiten Nederland niet wegens vakantie
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om zijn WW-uitkering per 22 juli 2020 te beëindigen. Verweerder handhaafde dit besluit op 8 februari 2022.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser in de relevante periode buiten Nederland verbleef anders dan wegens vakantie, wat volgens de wet het recht op uitkering uitsluit. Verweerder bracht naar voren dat eiser niet reageerde op brieven en aanbellen bij zijn huis, dat hij vanaf 22 juli 2020 inlogde vanaf buitenlandse IP-adressen en dat pintransacties in het buitenland plaatsvonden. Eiser reageerde pas na sms-berichten en e-mails van verweerder.
Eiser stelde dat een vriend hem hielp met inloggen vanuit het buitenland en dat zijn bankpas aan een (ex-)vriendin was gegeven, maar de rechtbank achtte deze verklaringen niet aannemelijk. Ook ontbraken bewijsstukken van telefoonprovider die het verblijf in Nederland zouden ondersteunen. Het vakantieverzoek van eiser betrof een periode na het verblijf in het buitenland en was daarom niet relevant. De rechtbank concludeerde dat eiser terecht geen recht had op WW-uitkering en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en de beëindiging van de WW-uitkering bevestigd.