Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Teams Strafrecht
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een klaagschrift van een bedrijf tegen het conservatoir beslag van EUR 2.422.816, gelegd wegens verdenking van handelen met voorwetenschap. Het beslag is gebaseerd op een machtiging van de rechter-commissaris en betreft een bedrag gestort op een bankrekening bij ABN AMRO Clearing Bank N.V.
Klaagster stelde dat het beslag onterecht is omdat er geen redelijke verdenking meer bestaat en dat het beslag disproportioneel is gezien de financiële schade. De rechtbank benadrukte het summiere karakter van de procedure en dat een diepgaand inhoudelijk oordeel in deze fase niet aan de orde is. De verdenking vloeit voort uit een aangifte van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) over opvallende transacties rondom een nieuwsbericht.
Het Openbaar Ministerie voert aan dat het strafrechtelijk onderzoek nog loopt, onder meer met analyse van digitale data door de FIOD en verhoren van betrokkenen. De rechtbank concludeert dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later een geldboete of ontnemingsmaatregel zal opleggen. De proportionaliteit van het beslag is beoordeeld, waarbij de rechtbank oordeelt dat de door klaagster gestelde financiële problemen onvoldoende zijn onderbouwd en het beslag niet disproportioneel is.
Daarom verklaart de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaaft het conservatoir beslag. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het conservatoir beslag gehandhaafd.