ECLI:NL:RBAMS:2022:583
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beleidssepot wegens wapenbezit
Verzoeker werd op 13 november 2014 aangehouden op verdenking van overtreding van de Wet Wapens en Munitie. De strafzaak tegen hem werd op 28 juli 2020 onvoorwaardelijk geseponeerd door het Openbaar Ministerie. Verzoeker diende binnen drie maanden na het sepot een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van de kosten van zijn raadsman en de kosten voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift.
De rechtbank oordeelde dat het beleidssepot als een einde van de zaak geldt en dat het verzoek tijdig was ingediend. Hoewel verzoeker zelf de wapens in bewaring had gekregen van zijn zoon, achtte de rechtbank het billijk om de kosten van rechtsbijstand te vergoeden, omdat rechtsbijstand een fundamenteel onderdeel is van de rechtsstaat.
De rechtbank wees de gevraagde vergoeding van €2.322,69 voor de raadsman en €680,- voor het verzoekschrift toe. Het standpunt van het Openbaar Ministerie dat verzoeker bewust was van de wapens en dat de kosten voor zijn rekening moesten blijven, werd verworpen. De beschikking werd openbaar uitgesproken op 27 januari 2022 door rechter H.E. Hoogendijk.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een vergoeding van €3.002,69 toe voor kosten van rechtsbijstand na beleidssepot.