ECLI:NL:RBAMS:2022:5802

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 juni 2022
Publicatiedatum
11 oktober 2022
Zaaknummer
C/13/718859 / HA RK 22-176
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 lid 5 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter na gewezen vonnis niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R. Kruisdijk, kantonrechter te Amsterdam, naar aanleiding van opmerkingen tijdens de mondelinge behandeling in een civiele procedure. De mondelinge behandeling vond plaats op 7 februari 2022 en het vonnis werd op 19 april 2022 gewezen. Na het vonnis klaagde verzoeker over de bejegening door de rechter en diende vervolgens op 8 juni 2022 het wrakingsverzoek in.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de rechter de zaak reeds heeft afgerond met het vonnis van 19 april 2022. Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt, maar omdat de zaak niet meer in behandeling is, is wraking niet mogelijk.

Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing is genomen door de wrakingskamer bestaande uit P.B. Martens (voorzitter), N.C.H. Blankevoort en K.A. Brunner (leden) en uitgesproken op 27 juni 2022. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk op grond van artikel 39 lid 5 Rv Pro.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter de zaak reeds heeft afgerond met een vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Beslissing van 27 juni 2022 op het op 8 juni 2022 gedane en onder zaaknummer C/13/718859 HA/RK 22/176 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. R. Kruisdijk, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.1. De procedure

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:
- een e-mailwisseling tussen verzoeker en de klachtenfunctionaris van de deze rechtbank, die is uitgemond in een e-mail van 8 juni 2022 waarin verzoeker de rechter heeft gewraakt.

2.De feiten

Verzoeker trad op als eiser in de zaak met rolnummer 9401448 CV EXPL 21-12160. Hij werd bijgestaan door mr. C.P.R.M. Dekker (Kortman Advocaten).
Op 7 februari 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op 19 april 2022 heeft de rechter een vonnis gewezen.
Nadien heeft verzoeker bij de klachtenfunctionaris van deze rechtbank geklaagd over de wijze waarop de rechter hem heeft bejegend.
In de e-mail van 8 juni 2022 van verzoeker aan de klachtenfunctionaris is onder meer opgenomen dat hij de rechter wraakt.

3.Het verzoek en de gronden daarvan

Het wrakingsverzoek is erop gebaseerd dat de rechter vooringenomen was omdat hij op de mondelinge behandeling tot twee keer toe een bepaalde opmerking heeft gemaakt.

5.5. De gronden van de beslissing

Op grond van het bepaalde in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. In dit geval heeft de rechter reeds op 19 april 2022 een vonnis gewezen. Hij heeft de zaak dus niet meer in behandeling en kan om die reden niet worden gewraakt. Het verzoek zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
De rechtbank:
- Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en
K.A. Brunner, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv Pro geen voorziening open.