Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:5801

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 juli 2022
Publicatiedatum
11 oktober 2022
Zaaknummer
C/13/719794 / HA RK 22-200
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek rechter bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan grond

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R. Hirzalla, bestuursrechter te Amsterdam, in een lopende bestuursrechtelijke procedure. Het verzoek betrof vermeende politieke vooringenomenheid en schade aan de goede procesorde, zonder nadere onderbouwing.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro, waarbij de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij het tegendeel wordt bewezen. De kamer concludeerde dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid kunnen wekken.

Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen. Tevens is bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker tegen dezelfde rechter niet in behandeling worden genomen vanwege misbruik van recht. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter is afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan grond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 1 juli 2022 ingekomen en onder rekestnummer C/13/719794 / HA RK 22/200 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. R. Hirzalla, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
 het wrakingsverzoek van 30 juni 2022.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Bij de rechtbank is een zaak van verzoeker in behandeling (zaaknummer AMS 21/4069 AVG). Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen de beslissing van 20 april 2022, waarbij zijn beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De procedure in verzet is in behandeling bij de rechter.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking.
3.3.
Verzoeker heeft onder meer aangevoerd dat hij de rechter wraakt op de (verder niet toegelichte) gronden van politieke vooringenomenheid en het berokkenen van schade aan de goede procesorde.
3.4.
De Wrakingskamer acht het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de rechter in de onderhavige zaak vooringenomen zou zijn, althans de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan heeft gewekt. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
4. Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder grond, heeft ingezet, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking van de rechter belast met de behandeling van deze zaak van verzoeker niet in behandeling worden genomen.
5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 wijst het verzoek tot wraking af;
 bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling zal worden genomen.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter en N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.