ECLI:NL:RBAMS:2022:5707
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van loonsanctie en gevolgen van onterechte bekorting na wachttijd Wet WIA
Verzoekster, werkzaam als Senior finance and report analyst, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte. Het UWV legde aan haar werkgever een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, maar bekortte deze loonsanctie later onterecht. Verzoekster stelde dat het primaire besluit tot bekorting van de loonsanctie had moeten worden herzien.
De rechtbank stelde vast dat de loonsanctie een herstelkarakter heeft en dat na afloop van de wettelijke wachttijd van 104 weken een onterechte bekorting niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Het UWV kon daarom het primaire besluit niet herroepen en ook geen nieuwe loonsanctie opleggen.
Hoewel de werkgever tekort is geschoten in de re-integratie, kan verzoekster alleen een schadevergoeding claimen en niet afdwingen dat de loonsanctie wordt hersteld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.