Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, tevens eis in voorwaardelijk incident, van 29 december 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak en in het voorwaardelijk incident, met producties;
- het tussenvonnis van 23 maart 2022, waarbij is bepaald dat een mondelinge behandeling van de zaak zal plaatsvinden;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 juni 2022, met de daarin genoemde stukken, waarin een schikking tussen Zilveren Kruis c.s. en [gedaagde] is vastgelegd;
- het B-formulier van 5 juli 2022 van de zijde van Zilveren Kruis c.s., waarbij zij heeft gevraagd alsnog vonnis te wijzen, omdat één van de voorwaarden waaronder de schikking werd aangegaan niet is vervuld;
- het B-formulier van 11 juli 2022 van de zijde van [gedaagde] , met een reactie op het verzoek van Zilveren Kruis c.s. om vonnis te wijzen;
- de brief van de rechtbank aan partijen van 18 augustus 2022, waarbij is medegedeeld dat vonnis zal worden gewezen.
2.De feiten in de hoofdzaak en in het voorwaardelijk incident
3.Het geschil
in de hoofdzaak
4.De beoordeling
in de hoofdzaak
- ten opzichte van 2014 was het door [gedaagde] per minderjarige gedeclareerde bedrag (gemiddeld) verdubbeld;
- het gemiddeld door [gedaagde] gedeclareerde bedrag per minderjarige lag in de jaren 2015-2018 drie tot vier maal boven het landelijk gemiddelde;
- [gedaagde] declareerde bovengemiddeld vaak preventieve mondzorg, sealants en grote röntgenfoto’s;
- in hetzelfde element werden op dezelfde dag twee- en drievlaksvullingen en het leggen van sealants daags na restauratie gedeclareerd, terwijl sealants preventieve maatregelen zijn ter voorkoming van vullingen en achteraf geen nut hebben;
- het aantal één- en vier-vlaksrestauraties was minder dan het aantal twee- en drie-vlaksrestauraties, wat volgens Zilveren Kruis c.s. erop kan duiden dat (standaard) grotere vullingen worden gedeclareerd;
- in 2017 lijken geen één- en vier-vlaksrestauraties te zijn gelegd.