ECLI:NL:RBAMS:2022:5505
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Consument hoeft stadswarmte van ruim 3.000 euro aan Vattenfall niet te betalen
Vattenfall vordert betaling van ruim €3.000 voor geleverde stadswarmte aan een consument, stellende dat een overeenkomst uit 2013 bestaat. De consument verschijnt niet en verzuimt te betalen, waarna verstek wordt verleend.
De kantonrechter oordeelt dat Vattenfall onvoldoende heeft aangetoond dat de overeenkomst daadwerkelijk in 2013 tot stand is gekomen, mede doordat de eerste betalingen pas in november 2014 zijn verricht. Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat de overeenkomst na 13 juni 2014 is gesloten, waardoor de informatieplichten en toetsing op oneerlijke bedingen ambtshalve moeten worden toegepast.
Vattenfall, als commercieel handelaar, moet voldoen aan de Richtlijn consumentenrechten en de Warmtewet beschermt de consument tegen oneerlijke handelspraktijken. De vordering tot afsluiting van de levering wordt afgewezen omdat geen sprake is van niet-betaling of ontbreken van overeenkomst.
De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt Vattenfall in de proceskosten, die nihil zijn aan de zijde van de consument.
Uitkomst: De vordering van Vattenfall tot betaling wordt afgewezen en Vattenfall wordt veroordeeld in de proceskosten.