ECLI:NL:RBAMS:2022:5013
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot afkondiging afkoelingsperiode in WHOA-procedure wegens onvoldoende aannemelijkheid meerwaarde
De besloten vennootschap [betrokkene] B.V. heeft op 18 juli 2022 een startverklaring ingediend en verzocht om een afkoelingsperiode van twee maanden op grond van artikel 376 Faillissementswet Pro (Fw) om een akkoord buiten faillissement voor te bereiden. De onderneming is statutair gevestigd te [vestigingsplaats] en oefent haar activiteiten uit in [plaats]. Het bestuur wordt gevormd door de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2].
Het verzoek tot faillissement van [betrokkene] is door [naam bv] B.V. en het Pensioenfonds ingediend, maar de behandeling daarvan is aangehouden. [betrokkene] wenst geen voortzetting van de onderneming, maar een gecontroleerde afwikkeling ten behoeve van alle schuldeisers. Zij stelt dat zij in de toestand verkeert als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw Pro en dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is om een akkoord voor te bereiden. Er is een regeling getroffen met [naam bv] B.V., maar niet met het Pensioenfonds dat een aanzienlijke vordering heeft en geen vertrouwen heeft in het akkoord.
De rechtbank oordeelt dat de onderneming geen activiteiten meer ontplooit, nagenoeg geen activa bezit en een hoge schuldenlast heeft. Er is geen actuele balans of liquiditeitsprognose overgelegd, slechts conceptjaarrekeningen 2019 en 2020 en een schuldenlijst. De gestelde externe financiering door [naam 3] is niet concreet gemaakt. Bovendien is de WHOA niet van toepassing op vorderingen van pensioenfondsen en kan de afkoelingsperiode die rechten niet belemmeren.
Daarom is onvoldoende aannemelijk dat een akkoord buiten faillissement een betere uitkomst biedt dan faillissement. De belangen van de gezamenlijke schuldeisers en het Pensioenfonds worden niet voldoende beschermd. Het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van een meerwaarde buiten faillissement.