Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Regional Court in Bydgoszcz III Penal Divison(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
cumulative judgment of Local Court in Nakło nad Noteciavan 6 november 2019 (referentie: II K 185/19).
- Vonnis II K 300/16 van 19 september 2018 door de
- Vonnis II K 486/17 van 26 november 2018 door de
Zdziaszek, ECLI:EU:C:2017:629).
duly served’en er een beslissing kan volgen in zijn afwezigheid. De oproepen voor de zitting zijn naar het door de opgeëiste persoon opgegeven correspondentieadres gestuurd. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de informatie die daaromtrent door de uitvaardigende justitiële autoriteit is verstrekt. Bovendien blijkt uit de aanvullende informatie dat het hoger beroep is ingesteld door de advocaat van de opgeëiste persoon.
‘was present at the first hearing, where he made clarifications’)en dat hij voor de daarop volgende zittingen is aangezegd
.Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen of dit de enige zitting is geweest waar de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld, staat met deze informatie naar het oordeel van de rechtbank wel vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was dat er een strafproces tegen hem liep. Bovendien wordt in diezelfde aanvullende informatie vermeld dat de opgeëiste persoon in het vooronderzoek is verhoord en de zogenaamde ‘adresinstructie’ heeft ontvangen.
4.Strafbaarheid
5.Slotsom
6.Toepasselijke wetsbepalingen
7.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Regional Court in Bydgoszcz III Penal Divison(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.