Eiser heeft op 6 december 2021 een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) met betrekking tot informatie over het World Economic Forum. Dit verzoek is niet tijdig door verweerder behandeld, waardoor eiser op 7 maart 2022 beroep instelde wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser verweerder in gebreke heeft gesteld, waarna het beroep gegrond is verklaard. Verweerder heeft aangegeven dat het verzoek betrekking heeft op een grote hoeveelheid documenten en wilde in overleg met eiser de omvang van het verzoek beperken. Een gepland gesprek werd echter kort voor aanvang geannuleerd.
De rechtbank acht de omstandigheden niet bijzonder en wijst erop dat de beslistermijn ruim zeven maanden is overschreden en eerdere toezeggingen niet zijn nagekomen. Daarom wordt verweerder opgedragen binnen 14 dagen na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor het geval de termijn niet wordt nageleefd. Verweerder moet tevens het betaalde griffierecht van €184 aan eiser vergoeden. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.