ECLI:NL:RBAMS:2022:4021
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek hogere schadevergoeding minderjarige na inverzekeringstelling
Verzoeker, een minderjarige die was aangehouden op verdenking van een gewapende overval, vroeg een hogere schadevergoeding toe te kennen dan de forfaitaire vergoeding voor de periode van inverzekeringstelling. Hij stelde dat de detentie extra zwaar was vanwege zijn kwetsbaarheid, het gebruik van hardhandig politieoptreden, letsel, beperkte bezoekmogelijkheden, slaapgebrek en het vervoer met volwassen arrestanten.
De rechtbank overwoog dat hoewel de detentie drie dagen duurde, dit niet onredelijk lang was gezien de ernst van de verdenking. Er was geen bewijs van een trauma of psychische stoornis die een hogere vergoeding zou rechtvaardigen. De standaardvergoeding van €130 per dag werd toegekend, evenals een vergoeding voor de kosten van het verzoekschrift.
De rechtbank wees het verzoek tot een hogere vergoeding af omdat de bijzondere omstandigheden niet voldoende waren onderbouwd. De zaak was op 11 november 2021 beëindigd met ontslag van alle rechtsvervolging wegens psychische overmacht. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot hogere schadevergoeding na inverzekeringstelling minderjarige wordt afgewezen; standaardvergoeding en kostenvergoeding worden toegekend.