[gedaagde] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. een verklaring voor recht dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde] , onder meer door de onrechtmatige inbezitneming van de woning aan de [adres 1] ;
II. [eiser] te veroordelen tot het vergoeden van de door [gedaagde] geleden en te lijden schade als gevolg van het onrechtmatig handelen, te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. een verklaring voor recht dat [eiser] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van [gedaagde] ;
IV. [eiser] te veroordelen tot het vergoeden van de door [gedaagde] geleden schade uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking, waaronder in ieder geval de geïncasseerde huren voor [adres 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente;
V. [eiser] te veroordelen tot het afleggen van rekening en verantwoording wie – vanaf de dag van onrechtmatige bezitneming door [eiser] in 2013 tot en met de dag van wederinbezitstelling van zijn ouders, althans [gedaagde] – de woning aan de [adres 1] heeft gehuurd en voor welke bedragen [eiser] daarvoor heeft geïncasseerd, op straffe van een dwangsom;
VI. [eiser] te veroordelen tot onmiddellijke overlegging van de gegevens van de huidige huurder/bewoner van [adres 1] en de daaraan ten grondslag liggende documentatie, op straffe van een dwangsom;
VII. [eiser] te veroordelen om aan zijn ouders, althans [gedaagde] , onmiddellijk en leeg en ontruimd de woning aan de [adres 1] op te leveren, op straffe van een dwangsom;
VIII. met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.