De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 juni 2022 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Tsjechië, gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Districtsrechtbank te Zlín. De opgeëiste persoon werd verdacht van mishandeling en diefstal volgens Tsjechisch recht. Hoewel hij reeds veroordeeld is tot een gevangenisstraf van 13 maanden, is het vonnis nog niet ten uitvoer gelegd.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en stelde vast dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen. De medische omstandigheden van de opgeëiste persoon, die een heup mist door een zwaar ongeluk, werden door zijn advocaat aangevoerd als reden om overlevering te weigeren. De rechtbank oordeelde echter dat er geen objectieve en betrouwbare gegevens zijn die wijzen op een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling in Tsjechische detentie, ook niet met medische problemen.
De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan, met de kanttekening dat de feitelijke overlevering kan worden uitgesteld op grond van medische omstandigheden door de officier van justitie. De machtiging tot feitelijke overlevering wordt pas verleend in een latere uitspraak met betrekking tot een ander EAB tegen dezelfde persoon. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.