De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben van twee vuurwapens van categorie III en het plegen van gewoontewitwassen van een totaalbedrag van €165.250,58 tussen 2016 en 2020.
Het bewijs omvatte de vondst van twee geladen vuurwapens in de woning van verdachte, zijn eerdere verklaring bij de rechter-commissaris, en financiële gegevens waaruit bleek dat verdachte contante stortingen ontving die niet overeenkwamen met zijn legale inkomen. Verdachte gaf een verklaring over de herkomst van het geld, maar deze werd door de rechtbank als ongeloofwaardig en niet verifieerbaar beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust was van de wapens en beschikkingsmacht daarover had. Medeplegen werd verworpen wegens gebrek aan bewijs van gezamenlijke macht. De strafmaat werd bepaald op 16 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het bezit van vuurwapens en de gewoontewitwaspraktijken, alsmede het strafblad van verdachte.
Daarnaast werden diverse voorwerpen in beslag genomen en onttrokken aan het verkeer, waaronder de vuurwapens, munitie en middelen die verband houden met strafbare feiten. De gevangenisstraf wordt verminderd met het voorarrest en zal volledig in een penitentiaire inrichting worden uitgevoerd.