Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beschikking van de kantonrechter
[verzoekster] ,
de besloten vennootschap PHILIPS ELECTRONICS NEDERLAND B.V.,
de besloten vennootschap PHILIPS ELECTRONICS NEDERLAND B.V.,
[verzoekster] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURES
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
1. We have established that you have provided false and/or misleading information about your employment history/CV in the application process. In particular, at crucial moments in the process and against key stakeholders in the process, you concealed and did not disclose that you had previously been employed by Philips. You knew or should reasonably have known that if this information had been known to these stakeholders, you would never have been (re)hired. (…)
Het geschil in de zaak 9817515 EA 22-239
- een verklaring voor recht dat er geen sprake is van een dringende reden voor het door Philips gegeven ontslag op staande voet;
- veroordeling van Philips tot betaling van:
- veroordeling van Philips tot verstrekking van een correcte eindafrekening, binnen 14 dagen na deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00 voor elke dag dat Philips niet aan de beschikking voldoet;
- primair schorsing van het concurrentiebeding en subsidiair veroordeling van Philips tot betaling van € 12.500,00 bruto per maand aan [verzoekster] voor de duur van het concurrentiebeding;
- veroordeling van Philips in de proceskosten.
- veroordeling van [verzoekster] tot betaling van € 1.823,06 netto op grond van de eindafrekening;
- [verzoekster] te gebieden over te gaan tot teruggave van de bedrijfseigendommen van Philips, waaronder de laptop en simkaart, binnen 14 dagen na deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag dat [verzoekster] niet aan de beschikking voldoet, tot een maximum van € 10.000,00.
Het geschil in de zaak 9821686 EA 22-244
Beoordeling
Het ontslag op staande voet
In augustus 2021 is er – zo wordt in dit verband overwogen - vanuit de administratie bij PPS in Polen een signaal gekomen dat [verzoekster] mogelijk eerder werkzaam was geweest voor Philips. Dat is doorgegeven aan de recruiter. Deze heeft telefonisch contact gehad met [verzoekster] . De door [verzoekster] bij dat gesprek verstrekte informatie is in elk geval dusdanig geweest dat de recruiter het verder heeft laten rusten en dhr [naam 3] of andere leidinggevende van [verzoekster] daarvan niet op de hoogte heeft gesteld. Dat [verzoekster] volledige openheid van zaken heeft gegeven, is dus (mede gelet op de e-mail van [verzoekster] van 10 februari 2022, overgelegd in de procedure) niet geloofwaardig.