Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. H. Hoekstra en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Bouwmeester naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
geplandeverhoren van aangevers en getuigen verplicht is. In deze zaak is de politie na een melding van aanranding rond 4 uur ’s nachts naar een woning aan de [naam straat] gegaan. De politie heeft daar gesproken met aangeefster en haar direct overgebracht naar het politiebureau aan [lokatie politiebureau] in Amsterdam om een aangifte op te nemen. Hieruit volgt dat het verhoor van aangeefster niet van te voren was gepland en dat de AVR op de aangifte van 24 november 2018 geen betrekking heeft. Er is dan ook geen sprake van een vormverzuim.
- een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen;
- terwijl deze getuige al een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking;
- en die verklaring door de rechter voor het bewijs van het ten laste gelegde feit zou kunnen worden gebruikt.
het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn kan worden gehoorden
er een gegrond vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de getuige in gevaar wordt gebracht. In de rechtspraak van het EHRM zijn onder meer deze gronden erkend als goede reden voor het niet oproepen en horen van een getuige. Verder verzet artikel 6 EVRM Pro zich er niet tegen dat de rechter het verzoek afwijst als het oproepen en horen van een getuige
onmiskenbaar irrelevant of overbodig(“manifestly irrelevant or redundant”) is, omdat het (opnieuw) horen van de getuige voor de bewijsvoering van
geen enkel belang zal zijnof
geen toegevoegde waardezal hebben. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen indien de al door de getuige afgelegde verklaring betrekking heeft op feiten en omstandigheden die door de verdachte niet worden betwist of als die feiten en omstandigheden door andere resultaten van het strafrechtelijk onderzoek al buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.De vordering van de benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een taakstraf van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.
[benadeelde partij]toe tot een bedrag van