Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Behandeling van de vordering
ten spoedigstena het na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vrijheidsbeneming wordt ingediend. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op 21 maart 2022 is verstreken, terwijl de vordering ex artikel 66a Sv dateert van 24 maart 2022. Dit zou eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie hebben geleid.
4.Slotsom
5.Toepasselijke wetsartikelen
6.Beslissing
NIET-ONTVANKELIJKin de vordering en verstaat dat de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon is geëindigd.