Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
blogpostverschenen op de website write.as over vermeende
MeToo-kwesties binnen de politieke partij D66. In de
blogpostworden beschuldigingen geuit tegen de partij, tegen partijprominenten van D66, en in het bijzonder tegen [eiser] .
blogpostop write.as heeft het partijbestuur van D66 onderzoeksbureau Bing opdracht gegeven een extern onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de anonieme beschuldigingen, waarvan de bevindingen zijn opgenomen in een rapport van 24 februari 2021. De doelstelling van het onderzoek is in dat rapport als volgt geformuleerd.
blogposten de beschreven ervaringen van een medewerker met [eiser] ) concludeert het rapport – voor zover van belang – het volgende.
(…)”
We hebben uw wederhoor op onze vragen verwerkt.
Dit is de eindversie die nu naar de eindredactie gaat.
Dan kunt u zien hoe de wederhoor is opgenomen.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
MeToo-)debat kunnen leiden tot omvangrijke negatieve (sociale) media-aandacht, tot maatschappelijke verontwaardiging, en tot een boycot (het
cancelen) van de beschuldigde. Daarnaast vormt de concept-publicatie een inmenging in het privéleven van [eiser] , omdat er wordt geciteerd uit (onder meer) berichten die hij in privé heeft gestuurd.
De bevindingen en conclusies in de vertrouwelijke bijlage zijn in lijn met de conclusies in het openbare rapport”.
public watchdogeen zwaarwegend belang om zich, in het huidige maatschappelijke debat over misstanden als bijvoorbeeld seksuele intimidatie en machtsmisbruik, kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend uit te laten. In dit geval wordt aan dit belang – ten aanzien van de bestreden beweringen in de concept-publicatie – minder gewicht toegekend, omdat deze geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Aannemelijk is immers dat de conclusie in de vertrouwelijke bijlage in lijn is met de conclusie in het openbare rapport en dat er dus geen sprake is geweest van seksuele intimidatie dan wel machtsmisbruik. Het belang van [eiser] om niet te worden blootgesteld aan die beweringen weegt daarom zwaarder dan het belang van de Volkskrant om deze beweringen (expliciet dan wel impliciet) op te nemen in haar publicatie, ook al is aannemelijk dat sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag in de privésfeer, na afloop van een gelijkwaardige intieme relatie. Gelet op de maatschappelijke explosiviteit van het huidige
MeToo-debat is het van groot belang duidelijk onderscheid te maken tussen deze situaties. Mede gelet op de te verwachten schade aan de reputatie van [eiser] is voorshands aannemelijk dat publicatie van deze beweringen als een onrechtmatige daad kan worden aangemerkt. Er is daarom voldoende grond voor toewijzing van het gevorderde onder punt I van het petitum, zoals hierna bepaald. Het gevorderde verbod op het publiceren van “beschuldigingen in het lichaam van de dagvaarding vermeld” zal niet worden toegewezen. Dit gedeelte van de vordering is onvoldoende bepaald.