ECLI:NL:RBAMS:2022:2263
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen moeder en minderjarige in belang van kind
De zaak betreft een verzoek van de William Schrikker Stichting (WSS) tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen de moeder en haar minderjarige kind, dat onder toezicht staat en in een pleeggezin verblijft. De WSS verzocht aanvankelijk om één uur omgang per twee weken, dit werd later teruggebracht tot één uur per zes weken vanwege de negatieve effecten op het kind. De moeder verzocht om intensiever contact, inclusief wekelijkse bezoeken en belmomenten.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf pleegzorg Levvel aan dat het kind na bezoeken met de moeder emotioneel ontregeld raakt en een lange hersteltijd nodig heeft. Ook is diagnostisch onderzoek en behandeling noodzakelijk, waarvoor intensivering van het contact een contra-indicatie vormt. De moeder betwistte de negatieve rapportages en stelde dat het contact goed verloopt en dat het kind de omgang wilde uitbreiden.
De kinderrechter oordeelde dat de negatieve impact van de bezoeken op het kind voldoende is onderbouwd en dat het belang van het kind voorop staat. Daarom werd een omgangsregeling vastgesteld van eenmaal per vier weken één uur, onder begeleiding. Het verzoek van de moeder om contact tussen de minderjarige en haar zus vast te stellen werd afgewezen omdat dit contact momenteel niet goed verloopt.
Uitkomst: Omgangsregeling vastgesteld op eenmaal per vier weken één uur onder begeleiding, verzoek tot uitbreiding afgewezen.