Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. B. Hogewind en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.T.E. Vis naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorwaardelijk verzoek om aanhouding
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregelen
- de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen.
- de benadeelde partij ten gevolge van het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen.
€ 30.000,--.
Subsidiair verzoekt de raadsman het gevorderde schadebedrag fors te matigen.
“
Wanneer de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die de benadeelde kan worden toegerekend, wordt de vergoedingsplicht van de dader verminderd door de schade over benadeelde partij en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan een ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt op de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid die wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
4 jaren.
€ 132.730,92(honderd en tweeëndertigduizend, zevenhonderd en dertig euro en tweeënnegentig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en
€ 21.000,--(éénentwintigduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade.
€ 153.730,92(honderd en drieënvijftigduizend, zevenhonderd en dertig euro en tweeënnegentig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade,1 oktober 2019, tot aan de dag van de algehele voldoening.
360 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.