Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beslissing
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 maart 2022 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van moord gepleegd rond 16 maart 2013 in Amsterdam. De tenlastelegging betrof het opzettelijk en met voorbedachten rade doden van een persoon door middel van schietincidenten.
De officier van justitie stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het langdurige tijdsverloop en het ontbreken van nieuwe belastende feiten sinds 2014. De raadsman van verdachte steunde dit standpunt primair en verzocht subsidiair om vrijspraak.
De rechtbank overwoog dat hoewel langdurig tijdsverloop op zichzelf niet voldoende is voor niet-ontvankelijkheid, in combinatie met het feit dat het Openbaar Ministerie sinds 2014 geen relevante onderzoekshandelingen meer had verricht die nieuwe belastende feiten aan het licht brachten, dit rechtvaardigt dat het OM niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Op basis hiervan verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam, bestaande uit voorzitter Groenendaal en rechters Overbosch en Degenaar.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens langdurig tijdsverloop en het ontbreken van nieuwe belastende feiten.