Uitspraak
1.[verzoeker 1]
[verzoeker 2]
1.[verweerder 1]
[verweerder 2]
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen eigenaren van een boven- en benedenwoning over de kwalificatie van de kruipruimte van het pand als privé of gemeenschappelijk gedeelte. De splitsingsakte uit 1994 en de splitsingstekening vormen het uitgangspunt voor de beoordeling.
De kruipruimte is niet expliciet genoemd in de splitsingsakte, maar op de splitsingstekening wordt de gehele onderste verdieping, inclusief de kruipruimte, aangeduid als kelder en daarmee als privé gedeelte van de benedenwoning. De rechtbank stelt dat de bedoeling van de splitsingsakte en tekening objectief moet worden afgeleid en dat de kruipruimte daarom tot het privé gedeelte van de benedenwoning behoort.
De rechtbank wijst het verzoek van de eigenaren van de bovenwoning af om de kruipruimte als gemeenschappelijk gedeelte te kwalificeren en wijst het tegenverzoek van de benedenwoningseigenaren toe. De proceskosten worden gecompenseerd, en hoger beroep staat open.
Uitkomst: De kruipruimte behoort tot het privé gedeelte van de benedenwoning en het verzoek van de bovenwoningseigenaren wordt afgewezen.