ECLI:NL:RBAMS:2022:1448
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- P.K. Oosterling-van der Maarel
- Rechtspraak.nl
Beschikking toekenning vergoeding na onvoorwaardelijk sepot op grond van artikel 530 Sv
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering voor vergoeding van kosten van zijn raadsvrouw, reiskosten en kosten voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. De strafzaak tegen verzoeker was onvoorwaardelijk geseponeerd door het Openbaar Ministerie, wat als een einde van de zaak werd aangemerkt.
De rechtbank hield een raadkamerzitting waarbij de raadsvrouw van verzoeker en de officier van justitie werden gehoord. Verzoeker was niet aanwezig. De kosten voor de raadsvrouw werden na overleg gematigd tot € 3.000,00. De rechtbank oordeelde dat, gelet op alle omstandigheden en de billijkheid, toekenning van de vergoeding passend was.
De rechtbank kende daarom een vergoeding toe van € 3.000,00 voor de kosten van de raadsvrouw, € 22,23 voor reiskosten en € 680,00 voor de kosten van het verzoekschrift. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van € 3.702,23 toegekend voor kosten van raadsvrouw, reiskosten en behandeling verzoekschrift na onvoorwaardelijk sepot.