Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
.
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Juridisch kader
5.Waardering van het bewijs
[naam 4]( [naam 7] ) is in het kader van onderzoek Pieterman, op 12 mei 2006 [8] en 13 mei 2006 [9] als verdachte gehoord. Op 14 mei 2006 heeft zij aangifte [10] gedaan tegen [naam 6] die haar in Roemenië voor € 1.300,- heeft verkocht en tegen verdachte [verdachte] die haar in de prostitutie heeft gedwongen.
[naam 5]heeft eveneens, nadat zij op 12 mei 2006 [13] en 13 mei 2006 [14] als verdachte was gehoord, op 14 mei 2006 aangifte [15] gedaan. Uit deze aangifte en verklaringen komt naar voren dat zij in Roemenië verliefd is geworden op een Roemeense man met de voornaam [naam 6] . Op voorstel van [naam 6] is zij op een gegeven moment met een busje naar Nederland vertrokken. Ze wist dat zij in Nederland in de prostitutie zou gaan werken. [naam 6] had haar gezegd dat zij daarmee veel geld kon verdienen. [naam 6] had die reis voor haar geregeld. In Nederland nam de chauffeur van het busje contact op met [bijnaam 2] die bij het Westerpark woonde. [bijnaam 2] betaalde de chauffeur voor de reis. Later die avond kwamen er twee Roemeense meisjes in de woning die ook in de prostitutie werkten, genaamd [naam 7] en [bijnaam slachtoffer] . [bijnaam slachtoffer] is na twee dagen gevlucht. Na twee weken kreeg [naam 5] een vals Hongaars paspoort dat eerder door [bijnaam slachtoffer] was gebruikt, maar nu met haar foto er op. [bijnaam 2] heeft later € 1.000,- naar [naam 6] overgemaakt als een soort aanbrengpremie. [naam 5] moest elke maand 250,- voor het paspoort betalen en € 75,- voor de huur. Daarnaast betaalde ze elke dag
[naam 11]heeft in het kader van onderzoek Pieterman een verklaring [18] afgelegd. Ook zij heeft verklaard over [naam 6] de Belg die in werkelijkheid [naam 13] zou heten. In februari 2006 is zij met tussenkomst van deze [naam 6] de Belg naar Nederland gekomen, samen met [naam 12] en [naam 5] , die toen nog minderjarig was. In Amsterdam werden ze opgewacht door [naam 2] en haar broer [verdachte] . Ze reden naar het woonadres van [verdachte] , waar [naam 5] uitstapte. [naam 12] en zijzelf werden naar een appartement gebracht waar zij onder controle stonden van [naam 2] .
[naam] vraagt waar zij is. [bijnaam broer] zegt dat zij in Antwerpen is en hij moet morgen daar naar toe.
zegt dat de man 1500 wil. [bijnaam broer] had die man gezegd dat [naam] nu een "ton" wil betalen en de rest later. [naam] vraagt of het vooruit moet. [bijnaam broer] zegt dat het moet als hij haar van die man krijgt.
[naam] wil niet over shit via de telefoon praten. Desgevraagd zegt [naam] dat [naam 14] [bijnaam broer] wel naar Antwerpen kan brengen.
zegt dat zij morgenochtend gebracht kan worden als [naam] dat wil voor een ton.
[bijnaam broer] zegt dat [naam] nooit lukt om zelf vrouwen hier naar toe te brengen. [naam] weet niet waar hij het geld vandaan moet halen. [bijnaam broer] heeft het ook niet.
zegt dat het niet uitgesteld kan worden omdat de sukkel waarschijnlijk morgen naar Roemenië vertrekt. [bijnaam broer] wil van [naam] weten of zij gebracht moet worden of niet.
6.Bewezenverklaring
7.Strafbaarheid van het feit
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf en maatregel
[slachtoffer], bijgestaan door mr. A. Ubbergen, vordert € 51.940,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. In de vordering wordt er daarbij van uitgegaan dat de benadeelde partij eerst twee weken in de escort heeft gewerkt, waarbij zij elke dag € 300,- aan verdachte heeft afgegeven, aldus een bedrag van € 4.200,-. Vervolgens heeft zij 77 dagen ‘achter de ramen’ gewerkt, waarbij zij gemiddeld aan verdachte elke dag een bedrag van € 620,- heeft afgestaan, aldus een bedrag van € 47.740,-.
€ 13.350,-te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is voltooid, te weten 1 maart 2006.
€ 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is voltooid, te weten 1 maart 2006.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
180 dagen.
135 dagen, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
€ 5.000,-(vijfduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade.
€ 18.350,-(achttienduizend driehonderdenvijftig euro) te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal
126 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.