Op 16 augustus 2021 werd verdachte samen met medeverdachten aangehouden in een witte Mercedes Benz in Amsterdam. Onder de voetenmat van de bijrijdersstoel werd een geladen revolver aangetroffen, evenals een tas met ongeveer een kilo cocaïne. Daarnaast werden op straat pakketjes hasjiesj gevonden die uit de auto waren gegooid. Verdachte zat op de bijrijdersstoel en werd verdacht van het bezit van het vuurwapen en het vervoeren van de drugs.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich bewust was van het vuurwapen en de beschikkingsmacht daarover had, mede omdat het wapen binnen handbereik lag. De verdediging voerde verweer tegen het bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht, maar dit werd verworpen. Ook werd bewezen geacht dat verdachte samen met anderen cocaïne en hasjiesj vervoerde, mede op basis van chatberichten en getuigenverklaringen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen van wapenbezit met anderen, omdat daar onvoldoende bewijs voor was. De combinatie van vuurwapenbezit en handel in drugs werd als ernstig beschouwd, met een verhoogd risico voor de openbare veiligheid. De rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Verweer over vormverzuim en persoonlijke omstandigheden leidde niet tot strafvermindering.