De man verzoekt vervangende toestemming tot erkenning van zijn twee kinderen en het vaststellen van een omgangsregeling. De moeder betwist de erkenning en voert aan dat de man haar en de kinderen kort na een kerkelijke ceremonie heeft verlaten en sindsdien geen contact heeft gezocht.
De rechtbank oordeelt dat Ghanees recht van toepassing is en dat op grond van gewoonterecht de man juridisch vader is van de kinderen. De erkenning door de man behoeft daarom geen nadere toestemming van de moeder, waardoor het verzoek tot vervangende toestemming wordt afgewezen.
Ten aanzien van de omgangsregeling is de rechtbank van oordeel dat nader onderzoek nodig is naar wat in het belang van de kinderen is. De beslissing hierover wordt aangehouden en een raadsonderzoek gelast. De verzochte verklaring voor recht met betrekking tot het belang van de kinderen wordt afgewezen.
De rechtbank draagt de ambtenaren van de burgerlijke stand op de erkenning vast te leggen en sluit de werkzaamheden van de bijzondere curator af, tenzij tegen de beschikking beroep wordt ingesteld.