ECLI:NL:RBAMS:2021:7329
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken bewijs kennis van cocaïne in auto
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben en vervoeren van circa 11,36 kilo cocaïne in een auto op 7 mei 2021. De politie volgde de auto op basis van een ANPR-melding over een verborgen ruimte en hield deze staande na verdachte gedragingen. Bij de controle werd drugs in een tas bij de bijrijder zichtbaar.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een vormverzuim bij de staande houding en doorzoeking, omdat de politie de auto langdurig observeerde zonder concrete verdenking en zonder toestemming doorzocht. De rechtbank oordeelde echter dat de politie bevoegd was te volgen en staande te houden op grond van de Wegenverkeerswet en Politiewet, en dat de omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld opleverden. De doorzoeking was rechtmatig vanwege zichtbare drugs in de tas.
De officier van justitie eiste bewezenverklaring met het argument dat verdachte als chauffeur had moeten weten van de drugs. De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte wist van de drugs, mede omdat niet kon worden vastgesteld of verdachte vanuit zijn positie zicht had op de tas. De rechtbank sprak verdachte vrij.
Ten aanzien van het beslag op geld, telefoon en auto besloot de rechtbank deze terug te geven aan verdachte, nu geen straf of maatregel werd opgelegd. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken bewijs dat hij wist van de cocaïne in de auto.