ECLI:NL:RBAMS:2021:69
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens telen hennepplanten voor medicinale cannabisolie bij ernstige ziekte
Verdachte, een 36-jarige man met chronische lymfatische leukemie, werd beschuldigd van het telen van 40 hennepplanten en het bezit van henneptoppen. Hij gaf toe de planten te kweken voor het maken van cannabisolie die hij gebruikt ter verlichting van de bijwerkingen van zijn medicatie. De rechtbank stelde vast dat verdachte geen strafbare feiten pleegde omdat sprake was van een uitzonderlijke situatie.
De verdediging voerde aan dat sprake was van overmacht in de vorm van een noodtoestand, omdat verdachte geen reëel alternatief had voor zijn zelfgemaakte cannabisolie. De officier van justitie betwistte dit, stellende dat onvoldoende medisch bewijs was geleverd dat alleen deze cannabisolie effectief was en dat alternatieven mogelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat verdachte voldoende had aangetoond dat hij vanwege zijn ernstige ziekte en de werking van de cannabisolie op zijn pijn en bijwerkingen geen redelijk legaal alternatief had. De medische noodzaak en het ontbreken van alternatieven maakten het telen van hennep gerechtvaardigd. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens een uitzonderlijke medische noodsituatie die het telen van hennep rechtvaardigt.