Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
Artikel 10
(…)”
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
€ 1.016,00 aan salaris advocaat,
Rechtbank Amsterdam
De stichting Woningstichting Eigen Haard vorderde in kort geding de ontruiming van een sociale huurwoning die door de huurder, [gedaagde 1], zonder toestemming aan haar broer, [gedaagde 2], in gebruik was gegeven. De huurovereenkomst bepaalde dat de woning uitsluitend door de huurder en diens gezin mocht worden bewoond en dat onderverhuur of afstaan aan derden verboden was.
Uit onderzoek bleek dat [gedaagde 2] al ongeveer 15 jaar de woning bewoonde, terwijl [gedaagde 1] er niet stond ingeschreven en er niet woonde. Eigen Haard stelde dat hiermee de huurovereenkomst was geschonden en dat ontruiming gerechtvaardigd was vanwege het belang van het woonruimteverdelingssysteem en de schaarste van sociale huurwoningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering tot ontruiming toewijsbaar was omdat de tekortkoming ernstig was en de huurder haar hoofdverblijf niet in de woning had. Ook werd de contractuele boete van €4500 opgelegd omdat het boetebeding niet oneerlijk werd geacht. De ontruimingstermijn werd gesteld op twee maanden na betekening van het vonnis. Daarnaast werden de proceskosten aan de zijde van Eigen Haard toegewezen.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van de contractuele boete van €4500 werd toegewezen met een ontruimingstermijn van twee maanden.