Uitspraak
RK nummer: 21/5338
[opgeëiste persoon]
BESLISSING:
De rechtbank beslist:
[opgeëiste persoon]wordt voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 6 oktober 2021 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de voortzetting van de overleveringsdetentie van een opgeëiste persoon, aangehouden op basis van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB) door de autoriteiten van België.
Tijdens het verhoor bij de officier van justitie is de advocaat van de opgeëiste persoon geïnformeerd over de gewijzigde procedure waarbij de rechterlijke toetsing van het bevel tot inverzekeringstelling buiten zitting plaatsvindt. De advocaat heeft geen schriftelijk gemotiveerd verzoek ingediend om het bevel op te heffen. De rechtbank heeft in deze beperkte toetsing alleen onderzocht of de overleveringsdetentie moet worden opgeheven, waarbij inhoudelijke bezwaren tegen het EAB pas in een latere meervoudige behandeling aan de orde kunnen komen.
De rechtbank heeft het dossier, inclusief het bevel tot inverzekeringstelling en het proces-verbaal van het verhoor, bestudeerd en constateert dat er vluchtgevaar bestaat. Er zijn geen gronden gevonden om het bevel tot inverzekeringstelling op te heffen. Daarom wordt de overleveringsdetentie voortgezet totdat de rechtbank een beslissing neemt over de gevangenhouding.
Deze beslissing is in lijn met artikel 21 van Pro de Overleveringswet en eerdere jurisprudentie, waarbij de rechter verplicht is kort na het bevel tot inverzekeringstelling ambtshalve te toetsen of het bevel gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De rechtbank besluit de overleveringsdetentie voort te zetten en het bevel tot inverzekeringstelling niet op te heffen.