Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:5822

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 september 2021
Publicatiedatum
14 oktober 2021
Zaaknummer
13/751732-21
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 9 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan België op basis van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam heeft op 28 september 2021 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in Gent. De verdachte wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, feiten die volgens de OLW onder bijlage 1 vallen.

Tijdens de procedure is onderzocht of er sprake is van overlap tussen de feiten waarvoor de verdachte in Nederland en België wordt vervolgd. Uit overleg tussen de Nederlandse en Belgische justitiële autoriteiten bleek dat er geen overlap is, zodat de weigeringsgrond van artikel 9 OLW Pro niet van toepassing is. Tevens is beoordeeld of de detentieomstandigheden in België onmenselijk of vernederend zouden zijn; de Belgische autoriteiten hebben garanties gegeven dat de verdachte in Gent in een cel van minimaal 9m² met sanitaire voorzieningen alleen zal worden vastgehouden, waardoor de rechtbank geen reëel gevaar op onmenselijke behandeling ziet.

Gelet op de gegeven garanties en het ontbreken van weigeringsgronden heeft de rechtbank de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.751732-21
RK nummer: 21/3840
Datum uitspraak: 28 september 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 9 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 juni 2021 door de onderzoeksrechter in de rechtbank van de eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[naam opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 2 september 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. I. Azarkan, advocaat te Roosendaal.
Het onderzoek ter zitting is geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om bij de Belgische justitiële autoriteit navraag te doen over een mogelijke overname van de Belgische strafzaak door Nederland. Ook wilde de rechtbank graag duidelijkheid hebben over een eventuele overlap in de feiten waarop de vervolging in Nederland en België ziet en zo ja, waaruit die overlap bestaat. Dit was in het belang met het oog op de toetsing aan de artikelen 9 en 13 van de OLW.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat op de openbare zitting van 23 september 2021 in de stand waarin het zich bevond op het moment van de schorsing op 2 september 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon heeft op 23 september 2021 afstand gedaan van zijn recht om ter zitting aanwezig te zijn. Namens de opgeëiste persoon heeft zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. K.K. Hansen Löve, advocaat te Amsterdam - die waarneemt voor haar collega
,mr. I. Azarkan, advocaat te Roosendaal - het woord gevoerd.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot aanhouding bij verstek van 2 juni 2021 door de onderzoeksrechter in de rechtbank eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgische recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1 en 5, te weten:
Deelname aan een criminele organisatie
Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Belgisch recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De Procureur des Konings van het Parket van de Procureur des Konings Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, heeft op 20 augustus 2021 de volgende garantie gegeven:
“Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit dd. 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel houdt deze garantie in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar uw land wordt overgebracht teneinde deze straf of maatregel aldaar onder te gaan.”
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

6.Artikel 9 van Pro de OLW

6.1
Inleiding
Na de schorsing van het onderzoek heeft de officier van justitie navraag gedaan bij de uitvaardigende justitiële autoriteit over een eventuele overname van de vervolging door Nederland van in België gepleegde feiten.
Uit aanvullende informatie van 14 september 2021 is gebleken dat er overleg tussen de Nederlandse en de Belgische zaaksofficier van justitie is geweest. Uitkomst van dit overleg is dat er geen sprake zal zijn van een overname van de vervolging door de Nederlandse justitiële autoriteiten. De Belgische zaaksofficier van justitie heeft te kennen gegeven dat er
de iuregeen overlap is: de verdachten, waaronder de opgeëiste persoon, zullen in België vervolgd worden voor feiten die in België zijn gepleegd. Juridisch is er een duidelijke afbakening tussen de feiten die in Nederland zijn gepleegd en de ‘Belgische’ feiten.
6.2
Standpunten ter zitting
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu er geen sprake is van een overlap in feiten.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, OLW zich niet voordoet.
6.3
Oordeel van de rechtbank
Met de officier van justitie en de raadsvrouw stelt de rechtbank vast dat uit de aanvullende informatie niet is gebleken dat sprake is van overlap in de feiten waarvoor de opgeëiste persoon in Nederland en België wordt vervolgd, zodat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, OLW niet van toepassing is.

7.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

Bij uitspraak van 22 juni 2021 [1] heeft de rechtbank geconcludeerd dat in België een reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling voor gedetineerden die terecht komen in een instelling waar sprake is van ‘grondslapers’, alsmede waar sprake is van niet-afgeschermde toiletten in meerpersoonscellen. De detentie-instellingen waar hiervan sprake is, zijn: Antwerpen, Gent, Brugge, Oudenaarde, Hasselt, Dendermonde en Mechelen.
Bij brief van 23 augustus 2021 heeft het
Federal Public Service Justiceonder meer het volgende geschreven:
“(...)
Mr. [naam opgeëiste persoon] will be detained in the prison of Ghent.
(...)
In this case,
Mr. [naam opgeëiste persoon] will be detained alonein a cell of at least 9m². The cell is fully equipped, including with a sanitary block (toilet and sink).
(..) ”
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. [2] De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de penitentiaire inrichting in Gent heeft aangenomen, wordt door de garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon.

8.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

9.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6, en 7 OLW.

10.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[naam opgeëiste persoon]aan de onderzoeksrechter in de rechtbank van de eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent (België).
Aldus gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. P. van Kesteren en H.G. van der Wilt, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. K. Spanjaart en F.A. Potters, griffiers,
en uitgesproken ter openbare zitting van 28 september 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak