ECLI:NL:RBAMS:2021:5576

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 oktober 2021
Publicatiedatum
4 oktober 2021
Zaaknummer
AMS 21/1528
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.C.S. van Limburg Stirum
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 WpgArt. 8 Wpg
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen weigering vernietiging mutatierapport politiegegevens

Eiseres verzocht de korpschef van politie om vernietiging van een mutatierapport op grond van artikel 28, tweede lid, van de Wet politiegegevens (Wpg), stellende dat het rapport onjuistheden bevatte. De korpschef wees dit verzoek af omdat het mutatierapport volgens hem niet in strijd was met wettelijke voorschriften en de gegevens niet onjuist of onvolledig waren.

Eiseres stelde dat het mutatierapport een onjuist en negatief beeld gaf dat onterecht in de Basisvoorziening Handhaving van de politie was opgenomen. De rechtbank moest beoordelen of het besluit tot afwijzing van het verzoek tot vernietiging terecht was.

De rechtbank oordeelde dat het correctierecht onder de Wpg niet bedoeld is om meningen, indrukken of conclusies te corrigeren die eiseres niet aanstaan. Er waren geen concrete feitelijke onjuistheden aangetoond in het mutatierapport. De verklaringen in het rapport zijn als zodanig herkenbaar en niet gepresenteerd als feiten.

Daarom was het besluit van de korpschef om het mutatierapport niet te vernietigen terecht. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-vernietiging van het mutatierapport wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 21/1528

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres,

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. F.H.G. Frielink).

Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om vernietiging van het mutatierapport met registratienummer [nummer] afgewezen.
Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 september 2021.
Eiseres was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging
1. Bij brief van 30 december 2020 heeft eiseres verweerder verzocht om op grond van artikel 28, tweede lid van de Wet politiegegevens (Wpg) het vastgelegde mutatierapport met registratienummer [nummer] met onmiddellijke ingang te vernietigen, omdat deze niet op waarheid berust.
2. Met het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat er volgens de wet slechts reden is een mutatierapport te vernietigen als het gaat om gegevens die zijn verwerkt in strijd met een wettelijk voorschrift of om te voldoen aan een wettelijke verplichting. Volgens verweerder zijn beide omstandigheden hier niet aan de orde. De politiegegevens in het mutatierapport zijn verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak, zoals bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Wpg. Daarnaast blijkt volgens verweerder niet dat de gegevens die in het mutatierapport zijn opgenomen onvolledig of onjuist zijn.
Het standpunt van eiseres
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en meent dat verweerder het mutatierapport moet vernietigen. Volgens eiseres wordt er in het mutatierapport een heel andere gang van zaken weergegeven van het gesprek. Al bijna twee jaar staat het uiterst negatieve mutatierapport van de wijkagente geheel onterecht in de Basisvoorziening Handhaving van de politie. Eiseres voert aan dat een ieder binnen de politie of het Openbaar Ministerie die een blik werpt in het mutatierapport een beeld voorgeschoteld krijgt dat geheel bezijden de waarheid is.
Het oordeel van de rechtbank
4. De rechtbank ziet zichzelf voor de vraag gesteld of verweerder op goede gronden het verzoek om vernietiging van het mutatierapport met registratienummer [nummer] heeft afgewezen.
5. Artikel 28, tweede lid, van de Wpg bepaalt dat de betrokkene het recht heeft op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onnodige vertraging vernietiging van de hem betreffende politiegegevens te verkrijgen indien de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of om te voldoen aan een wettelijke verplichting.
6. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de verwerking van de betreffende politiegegevens van eiseres niet in strijd is met een wettelijk voorschrift. Verweerder heeft aangegeven dat de politiegegevens in het mutatierapport zijn verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak. In de beroepsgronden van eiseres ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de politiegegevens die zijn opgenomen in het mutatierapport in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt.
7. Voor zover eiseres stelt dat de inhoud van het mutatierapport niet op waarheid berust, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt voorop dat het correctierecht niet is bedoeld om gegevens, bestaande uit indrukken, meningen en conclusies, waarmee eiseres zich niet kan verenigen, te corrigeren of te verwijderen. [1] Dit brengt met zich mee dat de rechtbank een beperkt toetsingskader heeft.
8. De rechtbank is, na kennisneming van het mutatierapport, van oordeel dat er geen feitelijke onjuistheden zijn geregistreerd. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank ook niet concreet gemaakt welke feiten zijn opgenomen die niet kloppen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting begrijpt de rechtbank dat het eiseres te doen is om de onjuiste beeldvorming te vernietigen, waarvan volgens eiseres sprake is. De rechtbank ziet ook in dat de in het mutatierapport opgenomen verklaringen en indrukken van andere personen voor eiseres als onjuist kan worden ervaren, maar dit maakt niet dat die verklaringen niet zijn afgelegd. Uit het mutatierapport blijkt volgens de rechtbank voldoende dat het gaat om verklaringen van personen. De gegevens worden niet als feiten gepresenteerd. Dat eiseres zich niet kan verenigen met de inhoud van die verklaringen is, zoals blijkt uit wat hiervoor al is overwogen, niet waarvoor het correctierecht van de Wpg is bedoeld.
9. Nu het mutatierapport geen feitelijke onjuistheden bevat, hoefde verweerder deze niet te vernietigen. Evenmin ziet de rechtbank andere aanknopingspunten voor de toepasselijkheid van een wettelijke plicht om tot vernietiging van dit mutatierapport over te gaan.
Conclusie
10. De rechtbank concludeert dat verweerder op goede gronden het mutatierapport niet heeft vernietigd.
11. Het beroep is ongegrond. Voor een veroordeling in de proceskosten of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C.S. van Limburg Stirum, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.J.A. van Eck, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
7 oktober 2021.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van