ECLI:NL:RBAMS:2021:5555
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Aanhouding en overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met vraag over rechterlijke bescherming
De rechtbank Amsterdam heeft op 9 september 2021 een tussenuitspraak gedaan in een zaak waarbij een Europees aanhoudingsbevel (EAB) was uitgevaardigd door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen – afdeling Turnhout (België). Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, die gedetineerd is in een Nederlandse inrichting.
Tijdens de openbare zitting van 26 augustus 2021 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en erkend. De rechtbank onderzocht de bevoegdheid van de Belgische officier van justitie om het EAB uit te vaardigen. Eerder was vastgesteld dat Belgische officieren van justitie voldoen aan de vereisten om als uitvaardigende rechterlijke autoriteit te worden aangemerkt. Echter, dit EAB is uitgevaardigd met het oog op strafvervolging, en de rechtbank beschikte niet over voldoende informatie over de effectieve rechterlijke bescherming in dit kader.
De rechtbank besloot de behandeling van het EAB aan te houden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een vraag voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de mogelijkheid van een beroep in rechte dat voldoet aan de vereisten van effectieve rechterlijke bescherming volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie. De procedure wordt heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, met een oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: De rechtbank houdt de behandeling van het Europees aanhoudingsbevel aan om vragen over effectieve rechterlijke bescherming te laten beantwoorden.