De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 september 2021 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Hof van Beroep Antwerpen. De opgeëiste persoon werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en er resteren nog 1348 dagen van een opgelegde vrijheidsstraf van vier jaar.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Marokkaanse nationaliteit bezit. De rechtbank onderzocht de rechtmatigheid van het verblijf van de opgeëiste persoon in Nederland, waarbij de verdediging documenten over het rechtmatig verblijf indiende. Deze documenten werden echter te laat en ongeordend aangeleverd, waardoor de rechtbank besloot deze niet in behandeling te nemen en geen gelijkstelling met een Nederlander toe te passen.
De rechtbank beoordeelde tevens de detentieomstandigheden in België, waarbij werd vastgesteld dat de omstandigheden in de gevangenis van Beveren voldoen aan Europese normen en dat het verblijf in Antwerpen geen onmenselijke of vernederende omstandigheden oplevert. Er waren geen weigeringsgronden voor overlevering en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.