ECLI:NL:RBAMS:2021:4507
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dubbele griffierechtheffing bij surseance van betaling afgewezen
Twee besloten vennootschappen, verzoeksters, hebben bij de rechtbank Amsterdam verzet ingesteld tegen de beslissing van de griffier om tweemaal griffierecht van € 667,-- te heffen voor hun verzoeken tot surseance van betaling. Verzoeksters stelden dat op grond van artikel 15 Wgbz Pro slechts eenmaal griffierecht verschuldigd is indien verzoeken gelijkluidend zijn en door dezelfde advocaat worden ingediend.
De griffier voerde verweer dat het hier ging om twee afzonderlijke verzoeken van verschillende rechtspersonen, waardoor het arrest van de Hoge Raad over faillissementen van een vennootschap onder firma en haar vennoten niet van toepassing was. De rechtbank overwoog dat hoewel de verzoeken gelijkluidend zijn, de beoordeling per rechtspersoon moet plaatsvinden op basis van verschillende stukken.
Daarom rechtvaardigt dit het heffen van griffierecht voor elk van de verzoeksters afzonderlijk. Het verzet werd dan ook ongegrond verklaard. De beschikking is gegeven door rechter E.A. Messer op 24 juni 2021.
Uitkomst: Het verzet tegen de dubbele griffierechtheffing wordt ongegrond verklaard.