Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam,
Procesverloop
Overwegingen
9 januari 2018 op grond van artikel 6:12 van Pro de Awb in gebreke gesteld. Vanwege de aan de ingebrekestelling klevende termijn van twee weken, heeft de heffingsambtenaar op
22 januari 2019 voorgesteld om op 23 januari 2019, de laatste dag van die termijn, een telefonische hoorzitting te laten plaatsvinden. Hierop heeft eiser laten weten die dag verhinderd te zijn. De heffingsambtenaar heeft vervolgens op 23 januari 2019 de bestreden uitspraak genomen zonder eiser te hebben gehoord.
1 januari 2017. Bepalend is de staat waarin de woning op die datum verkeerde. [2]
Beslissing
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde bestreden uitspraak geheel in stand blijven;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.333,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op