Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding en beschuldiging
3.Verjaring
- Feit 1: 1 april 2006 tot en met 31 mei 2006;
- Feit 2: 22 oktober 2006 en/of 13 november 2006;
- Feit 3: 1 april 2006 tot en met 31 december 2007.
4.Waardering van het bewijs
op naam van [verdachte] en/of [bedrijf verdachte] te doen/laten stellen” wordt bedoeld dat hij anderen ertoe heeft aangezet de facturen op die manier op te stellen. Daarvan blijkt niet uit het dossier. De rechtbank spreekt verdachte dus vrij van (medeplichtigheid aan) het vals opmaken van deze facturen.
waardoorde ander wordt bewogen tot, in dit geval, het betalen van geld. Om dat verband tussen het oplichtingsmiddel en het ‘bewegen tot’ te kunnen bewijzen moet aannemelijk zijn dat in dit geval Tilburg University mede onder invloed van de door verdachte in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot betaling.