ECLI:NL:RBAMS:2021:3987
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing ontruiming sociale huurwoning in hoger beroep
De huurder, die sinds 2009 een woning huurt van Eigen Haard, werd door de kantonrechter veroordeeld tot ontruiming van de woning wegens onderverhuur en het niet langer als hoofdverblijf gebruiken van het gehuurde. Na een bodemprocedure en tussenvonnissen werd de huurovereenkomst ontbonden en moest de huurder binnen 14 dagen ontruimen. De huurder vorderde in kort geding schorsing van de ontruiming totdat het hoger beroep was behandeld, stellende dat hij en zijn gezin dakloos zouden worden en dat er geen belangenafweging was gemaakt in eerdere vonnissen.
De kantonrechter overwoog dat het uitgangspunt is dat vonnissen uitvoerbaar zijn, ook tijdens hoger beroep, tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn die het belang van de veroordeelde zwaarder doen wegen dan dat van de wederpartij. De huurder kon geen nieuw feiten of omstandigheden aanvoeren die niet eerder in de procedure aan de orde waren gekomen. Ook was niet aannemelijk dat er een noodtoestand zou ontstaan door ontruiming. De belangen van Eigen Haard, als toegelaten woningcorporatie die haar woningen wil herverhuren aan woningzoekenden, wogen zwaarder.
Verder was er geen sprake van een kennelijke misslag of onduidelijkheid in het vonnis dat de ontruiming uitvoerbaar bij voorraad verklaarde. De vordering tot schorsing werd daarom afgewezen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten. De ontruiming kon doorgaan na 10 augustus 2021, de datum waarop Eigen Haard de ontruiming had toegezegd uit te stellen.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de ontruiming wordt afgewezen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.