ECLI:NL:RBAMS:2021:3765
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens Covid-19 en gelegenheid tot bewijslevering
De zaak betreft een geschil tussen eiseressen en gedaagde over de huur van een bedrijfsruimte en woonruimte. Gedaagde kampt met een huurachterstand sinds april 2020, veroorzaakt door de Covid-19-maatregelen die haar exploitatie ernstig beperkten. Eiseressen vorderden ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van de achterstallige huur.
Gedaagde voerde verweer met beroep op onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW Pro) en een gebrek aan het gehuurde (art. 7:204 BW Pro), alsmede een reconventionele vordering tot huurprijsvermindering. De kantonrechter sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat de coronacrisis onvoorziene omstandigheden oplevert, waardoor ontbinding en ontruiming worden afgewezen.
De kantonrechter benadrukt de verplichting tot heronderhandeling en wijst erop dat eiseressen reeds een betalingsopschorting voorstelden. Gedaagde krijgt de gelegenheid om bewijs te leveren over ontvangen TVL-subsidies, omzetcijfers, schadebeperkende maatregelen en btw-aangiftes. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en verdere beslissing.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en gedaagde krijgt gelegenheid nader bewijs te leveren over TVL en schadebeperking.