Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de stichting Woonstichting Lieven De Key
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- conclusie van antwoord met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“
Vanaf die tijd ontvangt cliënt [naam 4] en zijn franchiseonderneming [gedaagde] met daarin zijn restaurants [gedaagde] aan de [adres 1] en de [adres bedrijfsruimte] , alsmede ook op zijn privéadres, bedreigingen in de vorm van inbraak en kapotslaan en kapotschieten van ramen van zijn restaurants in de nachtelijke uren, althans op momenten dat de restaurants gesloten zijn. Tot op heden blijft bureau Burgwallen nalatig hieraan een einde te maken, vide bijgevoegde e-mail aan de heer van Kesteren, terwijl uit inzage uit de politierapporten blijkt dat de eigenaren van het restaurant [adres restaurant] alles in het werk stellen/stelden cliënten het werken onmogelijk te maken. Destijds waren er nota bene twee zogenaamde bodyguards “ingevlogen”, welke overigens wel, door toedoen van Burgwallen uit het land zijn gezet.”.
“
Collega’s hebben 28 maart na het eerste incident ter plaatse een aangifte terzake bedreiging en vernieling opgenomen van de aangever genaamd … woonachtig … [aanduiding] verklaard in deze aangifte samengevat het volgende:
“
Uit het wapen- en munitieonderzoek uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is gebleken dat er zeer waarschijnlijk bij alle drie de schietincidenten hetzelfde vuurwapen is gebruikt, zijnde een klein kaliber .22 pistool, revolver of geweer waarmee loden projectielen kunnen worden verschoten. Alle projectielen zijn echter uit elkaar gespat en slechts in delen aangetroffen waardoor het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) geen onderlinge vergelijking meer kon maken.”
Vordering en verweer
“
A. primair: voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst tussen partijen door buitengerechtelijke ontbinding is geëindigd en dat [gedaagde] het gehuurde thans zonder recht of titel onder zich houdt,
Beoordeling
€ 1.627,25 per maand), maar kan niet worden vastgesteld dat haar schade hoger is. De vordering wordt op dit punt voor het meerdere verwezen naar de schadestaatprocedure.
telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet … is voldaan.” Over de periode vanaf de buitengerechtelijke vernietiging door De Key kan op die grond geen boete wegens te late betaling van een maandtermijn verschuldigd worden. En voor wat betreft de periode daarvóór is van belang dat er in de betreffende periode vele contacten zijn geweest tussen De Key en [gedaagde] (zoals over de aandelenovername door de huidige exploitanten, de betalingsachterstanden van de voorgaande exploitanten, de werkzaamheden gericht op het opnieuw inrichten van het gehuurde en andere onderwerpen). In die periode is er geregeld sprake geweest van te late huurbetalingen en achterstanden, die steeds weer door [gedaagde] werden ingelopen. [gedaagde] heeft onbetwist aangevoerd dat De Key voor het eerst in de onderhavige procedure – aanhangig gemaakt ongeveer een half jaar nadat De Key de huurovereenkomst heeft ontbonden – melding heeft gemaakt van de boete. Met [gedaagde] geconcludeerd dat onder die omstandigheden het beroep van De Key op het boetebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat elke prikkel tot nakoming waarvoor de boetebepaling is bedoeld op deze wijze achterwege is gebleven en De Key het boetebeding thans niet gebruikt waarvoor het is bedoeld.
BESLISSING
€ 1.245,00