ECLI:NL:RBAMS:2021:3340
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen boete en registratie in Basisregistratie Personen ondanks schending hoorplicht
Eiser werd in de Basisregistratie Personen (Brp) geregistreerd als vertrokken naar onbekend adres en kreeg een boete van €240 wegens overtreding van artikel 2.39 Wet Brp, omdat hij zijn woonadres pas in 2018 meldde terwijl hij daar sinds 2015 woonde.
Eiser voerde aan dat hij zich niet kon inschrijven uit angst voor opsporing door personen uit zijn verleden en stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat hij niet over de boete en registratie gehoord was. Tevens verzocht hij om immateriële schadevergoeding wegens onjuiste registratie.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat eiser zijn aangifteplicht had geschonden en dat de gestelde dreiging onvoldoende was onderbouwd. Hoewel de hoorplicht was geschonden omdat geen bewijs was dat eiser afstand had gedaan van horen, was dit niet voldoende om het beroep gegrond te verklaren.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan motivatie en onderbouwing, ondanks dat verweerder ten onrechte niet op het verzoek had beslist. De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de boete en registratie is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.