De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben van professioneel vuurwerk op 3 december 2020 en 24 januari 2021, terwijl hij geen persoon met gespecialiseerde kennis is. Verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan een ander.
Het bewijs bestond onder meer uit bekennende verklaringen, determinatie van het vuurwerk door het Centraal Onderzoek Vuurwerk, en chatgesprekken op de telefoon van verdachte die duiden op verkoopactiviteiten. De rechtbank achtte het niet bewezen dat de overdracht van vuurwerk aan de medeverdachte daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, mede vanwege discrepanties in aantallen en verklaringen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier maanden op, met aftrek van het voorarrest, rekening houdend met de ernst van het feit, de aard van het vuurwerk, het gedrag van verdachte, en zijn status als veelpleger. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden gelast vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.
Verder werden in beslag genomen goederen, waaronder een telefoon en professioneel vuurwerk, verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer. De rechtbank wees een verzoek tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie af en motiveerde de strafoplegging uitvoerig.