Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
1. [eiser 1]
2. [eiser 2]
De Nederlandse Voorschotbank B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- conclusie van antwoord met producties;
- instructievonnis;
- conclusie van repliek met producties;
- conclusie van dupliek.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“
de kredietvergoeding zal maandelijks ten laste van het krediet worden geboekt en wordt van dag tot dag berekend over het uitstaand saldo”.
Vordering en verweer
Beoordeling
Cofidis, C-473/00). De rechter dient ook ambtshalve – dus ook indien de consument niet zelf een beroep op vernietiging doet of kan doen – te toetsen of de betreffende bedingen oneerlijk zijn. En indien een dergelijke toetsing leidt tot de conclusie dat de betreffende bedingen dienen te worden vernietigd zal pas op dat moment een vordering op grond van onverschuldigde betaling ontstaan.
dat van de rente de referentierente die gedaagde gebruikt volgt en dat de opslagelementen zoals fundingkosten etc. gelijk blijven aan hetgeen zij bij aanvang van het sluiten van de kredietovereenkomst overeengekomen waren.” Uit hetgeen [eisers] daaraan ten grondslag leggen blijkt dat zij daarmee hebben bedoeld dat voor recht zou moeten worden verklaard dat DNV de op grond van de overeenkomst verschuldigde kredietvergoeding slechts zou mogen wijzigen indien en voor zover daarmee een wijziging wordt gevolgd van een (externe) referentierente, waarbij zij onder meer de Euribor-tarieven noemen. In dit verband verwijzen [eisers] onder meer naar een (tussen)vonnis van de rechtbank Amsterdam en naar een uitspraak van de Commissie van beroep van het Kifid.
De kredietvergoeding wordt van dag tot dag berekend over het uitstaande saldo en kan door de kredietgever, met inachtneming van of krachtens de wet gestelde maxima worden gewijzigd” zal worden vernietigd maar uitsluitend voor zover daarin is bepaald “…
en kan door de kredietgever, met inachtneming van of krachtens de wet gestelde maxima worden gewijzigd”. Verder zijn toewijsbaar de overige vorderingen als geformuleerd onder II. van het petitum, met dien verstande dat nu de vordering tot vernietiging van het beding wordt toegewezen elke wijziging van de kredietvergoeding geacht moet worden niet te hebben plaatsgevonden (en dit dus niet alleen de verhogingen kan betreffen) zodat DNV dient terug te betalen hetgeen [eisers] méér aan kredietvergoeding hebben betaald dan zij zouden hebben betaald zonder wijzigingsbeding. Behalve de vordering tot terugbetaling van hetgeen teveel is betaald is eveneens toewijsbaar de daarover berekende wettelijke rente. De vorderingen als geformuleerd in de onderdelen III. en IV. van het petitum vormen een herhaling van hetgeen (onder meer) in onderdeel II. is gevorderd.
BESLISSING
en kan door de kredietgever, met inachtneming van of krachtens de wet gestelde maxima worden gewijzigd”.