ECLI:NL:RBAMS:2021:1304

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 maart 2021
Publicatiedatum
24 maart 2021
Zaaknummer
8804239
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 7:2A BWArt. 7:57 BWArt. 7:58 BWArt. 7:60 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-nakoming informatieverplichtingen consumentenkrediet bij online koop met uitstelbetaling

Eiseres vordert betaling van een bedrag van €164,19 op grond van een online koopovereenkomst gecombineerd met een consumentenkredietovereenkomst waarbij gedaagde via een webwinkel producten heeft besteld en gekozen voor een betaalmethode met uitstel van betaling. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen zoals voorgeschreven in artikel 6:230m BW en titel 7:2A BW. De door eiseres overgelegde stukken en algemene voorwaarden bieden onvoldoende inzicht in de wijze waarop de consument is geïnformeerd over de kredietkosten, afbetalingstermijn en het herroepingsrecht.

Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de bedongen administratiekosten niet als onbetekenende kosten kunnen worden aangemerkt, waardoor de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW niet van toepassing is. Ook is niet gebleken dat de kredietwaardigheid van gedaagde adequaat is getoetst.

De rechtbank is daarom voornemens de kredietovereenkomst ambtshalve te vernietigen en verwijst de zaak naar de rolzitting om eiseres in de gelegenheid te stellen nadere stukken en bewijs te overleggen. Tevens wordt eiseres opgedragen een kopie van de akte aan gedaagde te sturen met de mogelijkheid tot reageren.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst eiseres in de gelegenheid nadere stukken te overleggen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 8804239 CV EXPL 20-18053
vonnis van: 29 maart 2021
fno.: 393

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Arvato Finance B.V.

gevestigd te Heerenveen
eiseres
gemachtigde: Bosveld
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde
niet verschenen

Verloop van de procedure

Bij exploot van dagvaarding van 28 september 2020 heeft eiseres gevorderd dat gedaagde zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 164,19 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.
Gedaagde heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

Vordering

4. Eiseres stelt bij dagvaarding – kort gezegd en voor zover van belang – het volgende:
5. De grondslag van de vordering bestaat uit twee overeenkomsten; een online koopovereenkomst een consumentenkredietovereenkomst.
6. Gedaagde heeft bij een webwinkel producten geselecteerd en heeft op de website gekozen voor de betaalmethode van eiseres. Vervolgens zijn de door gedaagde ingevoerde gegevens volledig automatisch overgedragen aan eiseres en door eiseres getoetst voor acceptatie. Na acceptatie kan het bestelproces doorgang vinden, waarna de webwinkel de bestelling heeft uitgevoerd. Na verzending van de bestelling heeft eiseres de bestelling en een betaaloverzicht aan gedaagde gemaild. De factuur voor de geleverde producten dient binnen 14 dagen na ontvangst van de online gekochte goederen te worden voldaan aan eiseres.
7. De webwinkel en eiseres hebben voldaan aan de precontractuele en contractuele informatieverplichtingen van artikel 6:230 m BW.
8. Op de overeenkomst zijn de betalingsvoorwaarden van eiseres van toepassing. Deze voorwaarden zijn voor het sluiten van de overeenkomst aan de consument op elektronische wijze beschikbaar gesteld. De vordering is mede gebaseerd op deze betalingsvoorwaarden. Eiseres citeert in haar dagvaarding artikel 2
wijze van betaling,artikel 6
verzuimen artikel 4
betaaltermijn.
9. Eiseres brengt geen kosten in rekening voor de service om achteraf te betalen. Er zijn webwinkels die voor het gebruik van deze betaalmethode een vergoeding in rekening brengen, deze vergoeding varieert van € 0,95 tot € 5,00. Nu deze kosten onbetekenend zijn en de kredietovereenkomst binnen 14 dagen dient te worden terugbetaald zijn de bepaling van titel 7:2A BW niet van toepassing, aldus eiseres.
10. Eiseres legt – voor zover van belang – de volgende producties over:
- a.schermprint persoonsgegevens
- b.een mail d.d. 3 november 2018
,waarin onder meer staat:
Bedankt voor je aankoop bij Xenos.nl en het kiezen voor AfterPay als betaalmethode. (…)Uiterste betaaldatum: 17 november 2018;
- c.een betalingsherinnering d.d. 6 december 2018, waarin onder meer staat: Wij
hebben je meerdere herinneringen per e-mail verzonden, maar nog geen (volledige) betaling ontvangen. Hierdoor moeten we helaas opnieuw administratiekosten in rekening brengen (…)

Gronden van de beslissing

11. Eiseres vordert betaling van € 164,19 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten.
11. Gedaagde is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn.
11. Eiseres stelt dat de grondslag van de vordering bestaat uit twee overeenkomsten, een online koopovereenkomst en een consumentenkredietovereenkomst.
online koopovereenkomst
11. Eiseres stelt dat de verkoper aan alle precontractuele en contractuele informatieverplichtingen heeft voldaan, maar legt daar geen stukken van over.
Deze stellingen moeten ook worden gesubstantieerd met bewijsstukken, zoals algemene voorwaarden, de duurzame gegevensdrager en een al dan niet in schermafdrukken vastgelegd verslag van het bestelproces dat de consument doorloopt, waaruit blijkt hoe en waar de betreffende informatie is verstrekt. Kort gezegd, eiseres dient inzichtelijk te maken wat de klant te zien heeft gekregen en dat daarmee aan de wettelijke verplichtingen is voldaan. Dit geldt ook indien eiseres, via een cessie of anderszins in de rechten van de verkopende partij is getreden.
11. Uit de summiere toelichting van eiseres met betrekking tot de tot standkoming van koopovereenkomst moet worden geconcludeerd dat eiseres weliswaar heeft gesteld dat is voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen van de koopovereenkomst, maar dit niet uit de gegeven toelichting blijkt. Eiseres heeft daar geen stukken van overgelegd.

Uitstel van betaling, kredietovereenkomst

16. Partijen zijn overeengekomen dat gedaagde het aankoopbedrag van de bij de Xenos webshop bestelde goederen 14 dagen na levering van die goederen aan eiseres betaald. Het verlenen van uitstel van betaling aan gedaagde is een vorm van kredietverstrekking
.
krediet
Op deze overeengekomen vorm van kredietverstrekking zijn op grond van artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW de bepalingen van titel 7:2A BW niet van toepassing indien er geen rente of kosten of slechts onbetekenende kosten in rekening worden gebracht.
17. Het doel van de richtlijn consumentenkrediet, die aan de bepalingen van titel 7:2A BW ten grondslag ligt, is een hoge bescherming waarborgen voor de consument en te voorkomen dat kredietgevers zich inlaten met onverantwoordelijke leningprak-tijken.
Kosten van het krediet
17. Om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen heeft de Uniewetgever in artikel 3, onder g (artikel 7:57 BW Pro ), van de richtlijn consumentenkrediet het begrip „totale kosten van het krediet voor de consument” bijzonder ruim omschreven. Het begrip geen of onbetekenende kosten houdt om diezelfde reden in dat er hooguit sprake kan zijn van een kleine vergoeding.
17. Op grond van artikel 7:57 lid 1 onder Pro g BW wordt onder “totale kosten van het krediet” voor de consument verstaan: alle kosten die de consument moet maken voor een consumptief krediet, bijvoorbeeld de rente, commissielonen, administratiekosten, vergoedingen voor bemiddelaars en de kosten voor nevendiensten die een consument verplicht in combinatie met het krediet moet afnemen, waaronder verzekerings-premies, bijbehorende assurantiebelasting en de kosten voor betaalmiddelen waarmee kredietopnemingen kunnen worden verricht.
17. Dit betekent dat de door webwinkels in rekening gebrachte vergoeding voor het gebruik van deze betaalmethode onder kosten van het krediet vallen.
17. Op grond van art. 7:74 [1] sub h BW vallen ook de kosten uit hoofde van het kredietrisico (dat wil zeggen risico van wanbetaling door kredietnemer) onder het begrip kredietvergoeding en zijn derhalve aan te merken als kosten van het krediet.
22. Uit de door eiseres in de dagvaarding geciteerde voorwaarden blijkt dat zij in artikel 2.4. van haar algemene voorwaarden heeft bedongen dat zij eventuele kosten van betaling of andere kosten in geval van retournering van de door de consument gedane bestelling niet hoeft te restitueren. Voorts heeft zij in artikelen 6.2 en 6.3 van de algemene voorwaarden bij overschrijding van de betalingstermijn administratie- kosten bedongen. Deze kosten dienen, gelet op het hiervoor is overwogen, naar het oordeel van de kantonrechter tot de kosten van het krediet te worden gerekend.
Onbetekenende kosten ?
22. Nu eiseres de bedongen kosten in haar voorwaarden niet specificeert, noch een minimum of maximum bedrag of percentage van het geleende bedrag is opgenomen, kan zij op grond van deze bedingen in feite ieder bedrag aan kosten bij de consument in rekening brengen. Dit betekent bovendien dat de consument uit de algemene voorwaarden zelf niet kan opmaken met welke mogelijke kosten hij nog kan worden geconfronteerd.
22. De omstandigheid dat eiseres bij iedere overeenkomst in feite zelf kan beslissen of en zo ja welk bedrag aan kosten zij in rekening kan brengen maakt dat er om die reden niet geoordeeld kan worden dat sprake is van onbetekenende kosten. De kantonrechter kan op basis van hetgeen partijen overeen zijn gekomen immers niet vaststellen of er slechts sprake is van een kleine vergoeding
.Bovendien kunnen er door de webwinkel ook nog kosten voor de door eiseres aangeboden betaalmethode in rekening gebracht, maar dit wordt door eiseres onvoldoende toegelicht. Daarmee is geen sprake van de in artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW bedoelde uitzondering.
22. Dat eiseres slechts een kleine vergoeding in rekening brengt, zoals zij zelf stelt, blijkt niet uit bovengenoemde algemene voorwaarden en ook niet uit de bij dagvaarding overlegde producties. Daaruit blijkt dat eiseres totaal € 34,50 (€13,50 en € 21,00) aan administratiekosten in rekening heeft gebracht op een krediet van € 129,69. Dat zijn naar het oordeel van de kantonrechter meer dan onbetekenende kosten.
Dat deze administratiekosten bij dagvaarding niet worden gevorderd, maakt dat niet anders.

consumentenkrediet

26. Mitsdien zijn op grond van artikel 7:58 BW Pro de bepalingen van titel 7:2A BW op deze overeenkomst van toepassing.
(Pre)contractuele informatieverplichtingen
27. De door eiseres toegelichte wijze van contracteren voldoet naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de wettelijke vereisten van een kredietovereenkomst.
27. Dat gedaagde voor het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijk wijze is geïnformeerd over de afbetalingstermijn, de kosten van het krediet en zijn herroepingsrecht is niet komen vast te staan.
Het enkel verplicht aanvinken van een link naar de algemene voorwaarden van eiseres voldoet in ieder geval niet.
27. De in het geding gebrachte e-mail met een overzicht van de aankoop en vermelding van Afterpay als betalingswijze voldoet ook niet aan de essentiële contractuele informatieverplichtingen van artikel 7:60 BW Pro.
27. Voorts is niet gesteld of gebleken dat eiseres de kredietwaardigheid van gedaagde heeft getoetst. Uit de summiere stellingen van eiseres en de geciteerde algemene voorwaarden blijkt dat er kennelijk een acceptatietoets wordt gedaan. Eiseres licht deze toets niet toe en de productie waarnaar zij verwijst betreft slechts een overzicht van adresgegevens en geboortedatum van gedaagde.
31. De kredietwaardigheidstoets heeft als doel de consument te beschermen tegen overkreditering en te voorkomen kredietgevers zich inlaten met onverantwoordelijke lening praktijken. Dit risico is voor kleine leningen zoals onderhavige zaak aanwezig, omdat de door eiseres aangeboden kredieten worden afgesloten ter financiering van aankopen in webwinkel, in dit geval Xenos, die door een consument met voldoende kredietwaardigheid in beginsel zonder lening kunnen worden aangeschaft.
31. Nu eiseres haar wettelijke (pre-)contractuele informatieverplichtingen niet is nagekomen, is de kantonrechter voornemens de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro ambtshalve te vernietigen.
33. Zoals hiervoor onder 14 en 15 is overwogen, is ook niet (volledig) voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen van 6:230m BW die van toepassing zijn op de koopovereenkomst die aan onderhavige overeenkomst tot uitstel van betaling ten grondslag ligt. De kantonrechter is voornemens ook de schending van deze infor-matieverplichtingen van de koopovereenkomst te sanctioneren. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.

Gevolgen van eventuele vernietiging

34. Ingevolge artikel 3:53 jo Pro. 6:203 BW moet gedaagde bij vernietiging van de overeenkomst in beginsel het geleende geld terugbetalen aan eiseres en moet eiseres de reeds betaalde krediet- en vertragingsvergoeding terugbetalen aan eiseres.
Nu onderhavige overeenkomst een commerciële eenheid betreft kan vernietiging ook gevolgen hebben voor de door gedaagde gekochte producten van Xenos. De kantonrechter ziet in dit stadium geen aanleiding toepassing te geven aan hetgeen door de Hoge Raad op 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:177, is overwogen inzake de vernietiging van de overeenkomst en het oproepen van de bij de koopovereenkomst betrokken partij, in dit geval de webwinkel Xenos.
35. De zaak zal worden verwezen naar de rol teneinde eiseres in de gelegenheid te stellen zich bij akte over hetgeen hiervoor is overwogen uit te laten en de genoemde informatie te verschaffen en bewijs van die toezending mee te sturen met de akte.
35. Tevens dient eiseres een kopie van de akte aan gedaagde toe te sturen met de mededeling dat gedaagde uiterlijk op onderstaande datum op deze akte kan reageren.
35. Mitsdien wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 26 april 2021 voor het indienen door eisende partij van een akte als boven overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.artikel 1 sub j Wck Pro (oud) Kamerstukken II 1986.87, 19 785, p. 88/89