Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] te Den Haag, eiser
de burgemeester van Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob);
- bijzondere persoonsgegevens (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wob);
- het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen (artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wob);
- het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob);
- het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob);
- persoonlijke beleidsopvattingen uit intern beraad (artikel 11, eerste lid, van de Wob).
public/social watchdogen kan aan artikel 10 van Pro het EVRM recht op inlichtingen van de overheid ontlenen.
Bijzondere omstandigheden op grond waarvan aan het uitgangspunt niet kan worden vastgehouden zijn de rechtbank in het geval van eiser niet gebleken. Het enkele feit dat eiser journalist is, is voor het aannemen van een bijzondere situatie niet voldoende, net zo min als het maatschappelijk belang bij openbaarmaking van de verzochte documenten. De rechtbank merkt daarbij op dat eiser op de zitting ook desgevraagd geen andere punten heeft genoemd op grond waarvan bij een belangenafweging op grond van het EVRM, de weging in zijn voordeel zou moeten uitvallen.
factsheetcasus A1 en A2 (in de inventarisijst steeds aangeduid als feitentabel). Verweerder heeft document 30 geheel geweigerd maar document 32.2 slechts gedeeltelijk. Van het laatste document is kolom 1, inhoudende een nummering, en kolom 3, inhoudende een gebeurtenis, openbaar gemaakt. Dat verschil in openbaarmaking is niet inzichtelijk. De rechtbank is verder van oordeel dat voor een aantal passages in de documenten 30 en 32.2 de gehanteerde weigeringsgronden van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, respectievelijk tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob de weigering niet kan dragen, omdat het hier om feiten gaat en niet om persoonsgegevens of tot individuele betrokkenen herleidbare gegevens. Verweerder heeft deze specifieke passages dan ook ten onrechte op grond van die bepalingen weggelakt. Wat betreft de toepassing van artikel
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dit ziet op de documenten 30 en 32.2;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak;
€ 1.093,82.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2021.