Op 16 juni 2020 werden in de woning van verdachte twee zelfbouwwapens, een doorgeladen pistool en drie patronen aangetroffen. Verdachte ontkende bewust bezit, maar de rechtbank achtte bewezen dat hij zich van de wapens en munitie bewust was, mede vanwege de verborgen locaties en DNA-sporen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van het bezit en verwees naar een arrest van de Hoge Raad, maar de rechtbank verwierp dit en vond de verklaringen van verdachte ongeloofwaardig. Verdachte was de enige bewoner en de wapens waren op twee moeilijk toegankelijke plekken verstopt.
De officier van justitie eiste 21 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met eerdere veroordelingen en het gevaar van de wapens. De rechtbank legde een lagere straf op van 15 maanden, met aftrek van voorarrest, mede vanwege persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De wapens en munitie werden onttrokken aan het verkeer en de bivakmuts, waarin een wapen en patroon waren gevonden, werd verbeurd verklaard. De straf is gebaseerd op artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Wet wapens en munitie.