ECLI:NL:RBAMS:2020:6291
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor schade door ondergane inverzekeringstelling bij openlijke geweldpleging
Verzoeker is op 4 oktober 2015 aangehouden en drie dagen in verzekering gesteld op verdenking van openlijke geweldpleging. Tijdens de inverzekeringstelling werden erbarmelijke omstandigheden vastgesteld, zoals onvoldoende handboeien, late toegang tot advocaat, en ontoereikende voorzieningen. Op 12 december 2019 werd verzoeker schuldig verklaard, maar zonder strafoplegging op grond van artikel 9a Sr.
Verzoeker vroeg vergoeding van schade door de inverzekeringstelling, een vergoeding voor de eigen bijdrage van gefinancierde rechtsbijstand en kosten voor het verzoekschrift. De rechtbank oordeelde dat ondanks de schuldigverklaring, billijkheid gronden bestaan om een forfaitaire vergoeding van €315 toe te kennen voor de drie dagen inverzekeringstelling. Een hogere vergoeding werd niet toegekend wegens gebrek aan onderbouwing.
De vergoeding voor de eigen bijdrage rechtsbijstand werd afgewezen omdat deze niet voor vergoeding in aanmerking komt bij toepassing van artikel 9a Sr. Wel werd een standaardvergoeding van €550 toegekend voor de kosten van het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. De beslissing werd op 20 november 2020 in openbare raadkamer uitgesproken door de meervoudige kamer van de Rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €315 voor de inverzekeringstelling en €550 voor kosten verzoekschrift, maar geen vergoeding voor eigen bijdrage rechtsbijstand.