ECLI:NL:RBAMS:2020:627

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 februari 2020
Publicatiedatum
4 februari 2020
Zaaknummer
AMS 19/1628
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslag parkeerbelasting niet vernietigd ondanks afwijkende straatvermelding

Op 6 februari 2019 legde de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam een naheffingsaanslag op aan eiser wegens niet-betaalde parkeerbelasting. Eiser betwistte de aanslag omdat de vermelde locatie op de aanslag niet overeenkomt met de feitelijke parkeerplaats van zijn auto. De auto stond feitelijk geparkeerd aan een andere straat dan vermeld, maar beide locaties liggen in hetzelfde tariefgebied.

De heffingsambtenaar erkende dat de auto op een andere straat stond, maar gaf aan dat de locatieaanduiding op de aanslag gebaseerd was op het dichtstbijzijnde adres gekoppeld aan de GPS-coördinaten van de scanauto. Dit adres was het genoemde adres op de naheffingsaanslag.

De rechtbank constateerde dat het dichtstbijzijnde adres op ongeveer 15 meter afstand van het parkeervak lag en dat eiser bekend was met de situatie ter plaatse. De onjuistheid in de locatieaanduiding was een duidelijke en kenbare vergissing die de rechtspositie van eiser niet benadeelde. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de naheffingsaanslag in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/1628

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: A. van Beek).

Procesverloop

Op 6 februari 2019 heeft de heffingsambtenaar aan [eiser] een naheffingsaanslag opgelegd voor niet-betaalde parkeerbelasting.
Op 16 maart 2019 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.
[eiser] heeft beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 januari 2020. [eiser] was aanwezig. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Vast staat dat [eiser] zijn auto op 2 februari 2018 heeft geparkeerd in de nabijheid van het adres [adres 1] 25 in Amsterdam Zuid. Op de aanslag staat als locatie: ‘ter hoogte van [adres 1] 25’. Op de zitting is gebleken dat de auto stond in een parkeervak op [adres 2] aan de overzijde van het [adres 1]. Daar moest op dat moment betaald worden voor het parkeren. [adres 2] en het [adres 1] liggen in hetzelfde tariefgebied.
2. [eiser] betwist dat niet, maar zegt dat de naheffingsaanslag niet correspondeert met zijn feitelijke parkeerlocatie. Zijn auto stond immers niet op het [adres 1] geparkeerd, maar op [adres 2]. [eiser] wil graag dat de rechtbank de aanslag vernietigt.
3. De heffingsambtenaar bevestigt het standpunt van [eiser] , in die zin dat hij feitelijk op [adres 2] stond geparkeerd. Bij het controleren van zijn auto heeft de scanauto de gps-coördinaten geregistreerd, waarna een koppeling is gemaakt met het dichtstbijzijnde adres. Omdat de locatie aan [adres 2] aan die zijde van de weg geen perceelnummer heeft, is een koppeling gemaakt met het adres [adres 1] 25. Dit is volgens de heffingsambtenaar het dichtstbijzijnde adres en dus ook de juiste aanduiding voor de parkeerlocatie.
4. Op de zitting is met behulp van google streetview nagegaan waar [eiser] heeft geparkeerd ten opzichte van het dichtstbijzijnde adres. Dit blijkt het adres [adres 1] 25 te zijn. Dit adres ligt op een afstand van ongeveer 15 meter en in het directe zicht van het parkeervak waar de auto van [eiser] stond. Voor zover al moet worden aangenomen dat op de aanslag een onjuiste locatie staat door niet [adres 2], maar het [adres 1] te vermelden, kan dat eiser naar het oordeel van de rechtbank niet baten. Gezien de nabijheid van het adres [adres 1] 25 en zijn bekendheid met de situatie ter plaatse, was voor hem, zoals hij ook op de zitting bevestigde, meteen toen hij de aanslag ontving duidelijk over welke locatie het ging. Deze locatie blijkt bovendien nog eens uit de foto’s die hem in bezwaar zijn verstrekt en de gps-coördinaten. Voor zover de vermelding op de aanslag al onjuist is, berust die onjuistheid dus op een duidelijke, voor eiser kenbare vergissing. In zo een geval kan de aanslag in stand blijven. De rechtbank vindt daarvoor steun in de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 1978 (ECLI:NL:HR:1978:AX2808).
5. [eiser] krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het door [eiser] betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. Gayir, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
5 februari 2020.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.